Relatietherapie
Toen ik voor het eerst relatietherapie suggereerde aan Paul, schrok hij. Er was toch weinig aan de hand? Onze relatie was misschien niet optimaal, maar dat zou vast vanzelf weer goed komen. Maar ik geloofde niet in ‘vanzelf’. Ik ging op zoek naar hulp en we kwamen terecht bij een therapeute aan de andere kant van het land, die toevallig ook Nederlands was. Onze sessies verliepen via Zoom, met drie mensen op drie verschillende locaties. Voor mij voelde het veilig alleen in mijn eigen huis te zijn, ik voelde me vrijer om te zeggen wat ik op mijn hart had. Tegelijkertijd betekende dit ook dat Paul en ik in de dagen na de sessies niet verder praatten. Er waren de sessies, maar verder kwamen we nauwelijks in gesprek.
De laatste druppel
Tijdens de sessies stelde Paul zich terughoudend op. Zijn standpunt was en bleef: ik houd van mijn vrouw, ik vond het prima wat we hadden en dat wil ik terug. Aan mij de taak uit te leggen waarom het voor mij niet langer prima was. Wat ik miste. In eerste instantie ging dat in alle redelijkheid, maar na een tijdje kwam mijn woede over zijn passiviteit naar boven. Over alles wat hij in de afgelopen jaren gemist had, de highs en de lows met de kinderen, en hoe ik me alleen voelde staan als ouder. Hij zei dat hij het begreep en dat het hem speet. Maar bij de eerstvolgende gelegenheid waar ik hem nodig had, liet hij het weer afweten. Er was een afspraak op Chloe’s school om haar angsten, buikpijnen en veelvuldige afwezigheid te bespreken, waarvoor maar liefst acht deskundigen waren uitgenodigd. Of semi-deskundigen want niemand was in staat ons hulp of advies te geven.
Ik had het gevoel alsof ik door een jury werd beoordeeld op mijn opvoedkundige vaardigheden, dus een partner naast me zou fijn zijn geweest. Paul beloofde dat hij er zou zijn en hij was in het dorp op de dag van de afspraak. Hij ging alleen ‘even’ een boodschap doen… en vervolgens zag ik hem de rest van de dag niet meer. Niets nieuws. Natuurlijk stond ik er alleen voor. Maar het voelde wel als de laatste druppel.
De crux van het conflict
Dit was weer een voorbeeld van typisch gedrag voor Paul… voor hem was er geen conflict tussen A zeggen en B doen. Als hij niet deed wat hij gezegd had, kwam dat door omstandigheden buiten zijn controle. Dingen liepen mis, zo was het leven en daar kon hij niets aan doen. Voor hem was de mate van controle over zijn leven ongeveer 10%. Voor mij was het net andersom: als je A zei, moest je alles op alles zetten om ook A te doen, en voor je familie mogelijk nog meer dan voor anderen. Dit was voor mij de essentie van liefde: dat je voor je woord stond, dat jouw toezegging aan anderen belangrijk was, omdat die ander belangrijk was. Natuurlijk gaan dingen soms mis, maar voor mijn gevoel heb je in het dagelijks leven 90% controle over wat er gebeurt. En daar zat de crux van het conflict tussen hem en mij.
Twee momenten
De therapie duurde een jaar en binnen dat jaar waren er voor mij twee doorslaggevende momenten. Een van die momenten was toen onze therapeute ons vroeg wat onze dromen waren. Als er geen beperkingen waren, wat wilden we dan het liefst? Paul’s en mijn antwoord lagen 180 graden tegenover elkaar. Ik wilde een leven vormgeven in Nederland, met leuk werk, leuke collega’s, meer mogelijkheden voor de kinderen en meer reuring om me heen. Paul wilde een huisje op de croft, buiten het dorp, met zijn opgegroeide kinderen vlakbij hem. Ik zag niet hoe die twee extreme uitersten verenigd konden worden.
Het tweede moment sprak ik de therapeute alleen, omdat Paul de afspraak weer eens vergeten was en een half uur te laat inlogde. Ze zei tegen mij: “Je kunt hem alles vragen, hij wil je echt niet kwijt”. Dat hij me niet kwijt wilde, daar was ik van overtuigd. Ik zag hoe verdrietig en van streek hij raakte van het idee van een scheiding en ik maakte zo duidelijk als ik kon dat ik een ander soort partner nodig had; iemand die enerzijds initiatieven nam en verantwoordelijkheid droeg en die anderzijds ervaringen deelde en diepere gesprekken aan ging. Ik wilde niets liever dan een gelijkwaardige, aanwezige partner, zeker iemand met wie ik zo veel gedeeld had als met Paul.
Gelijkwaardige partner
Maar mijn vertrouwen in Paul als gelijkwaardige partner had veel schade opgelopen. Misschien te veel. Naarmate de therapie zijn einde naderde, verzekerde Paul me dat hij me kon bieden wat ik nodig had. Dat hij niet bang was voor gesprekken en dat hij initiatieven zou nemen.
Door de jaren heen had ik me zijn woede, zijn depressies en zijn verdriet altijd persoonlijk aangetrokken. Ik voelde wat hij voelde en als hij pijn had, wilde ik het beter maken. Als we ruzie maakten, waren we allebei ongelukkig. In de jaren dat we samen leefden, was het voor mij moeilijk onderscheid te maken tussen zijn emoties en de mijne. Dus ik had er altijd naar gestreefd iedereen redelijk opgewekt te houden. Na jaren emotionele verzorging was het moeilijk voor mij hem deze pijn toe te brengen… Ik zag hoe het idee van een scheiding hem brak en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen hem een laatste kans op hereniging te ontnemen.
Tot de verbazing van onze therapeute gingen we het toch nog een keer samen proberen.
Frankie: geboren in Breda in 1970, gestudeerd aan de universiteit in Tilburg, waaronder 1 jaar in Glasgow. Toen is mijn liefde voor Schotland ontstaan. Gewerkt in Nederland tot en met 2005, toen geëmigreerd naar Schotland. Vriend opgedaan, 2 kinderen gekregen, daarna getrouwd. Twee culturen in 1 relatie. Vijftien jaar samen, 10 jaar getrouwd en toen geleidelijk uit elkaar gegaan. Woon nu samen met 2 pubers, we improviseren rondom de scheiding. Ik vertel vandaag over het feit dat we niet communiceren in onze relatie.







REAGEER OP DEZE BLOG