‘Jahaaaa.’ Bob rolt met zijn ogen en geeft me een grote grijns.
‘Ticket: check. Tandenborstel: check. Telefoonoplader: check. Scheermesjes: check. Condooms: check.’
Ik schiet in de lach. ‘Always be prepared’.
Erik staat te wachten bij de deur. Bob neemt zijn koffer mee en geeft de hond een knuffel. ‘Ik ga je missen, meisje,’ zegt hij. De afgelopen maanden zijn Doddie en hij dikke maatjes geworden. Doddie kwispelt en geeft hem een lik.
‘We gaan,’ zegt Erik. Ik roep ‘doei’ tegen Jens en ga met ze mee.
Mijn grote jongste spruit vertrekt voor een week naar een vriend in Zweden, al het gepruttel van Erik ten spijt. In de auto kletsen we over van alles. Stiekem kijk ik op tegen de terugreis, als ik ruim 2 uur met Erik alleen in de auto zit. Voor de zekerheid heb ik een boek meegenomen.
Op het vliegveld krijg ik een dikke knuffel van Bob. Ik woel door zijn haar dat stijf staat van de gel. ‘Maham!’ Erik wenst hem veel plezier, ik zie dat hij het meent. En dan verdwijnt hij door de douanecontrole. Ik drink met Erik een kop thee voordat we weer terug naar huis rijden. Alsof we het afgesproken hebben, vermijden we allebei het heftige mailgesprek dat we deze week gevoerd hebben. We informeren naar elkaars familie, werk, huis. Voor een buitenstaander klinkt het heel gemoedelijk en gezellig, maar mijn hart is er allang niet meer bij. Ik hou het contact in stand omdat het nodig is voor de kinderen, en ik vermoed dat Erik er precies zo over denkt.
Het is niet de eerste keer dat ie in zijn eentje op reis gaat, ik maak me dan ook niet al te ongerust. Als ik de verhalen hoor wat er vorige keer allemaal is misgegaan… een smerig hotel, zijn vriend die op dag 1 al van al zijn geld werd beroofd, het andere hotel dat wel doorhad dat ze met z’n drieën op een tweepersoonskamer sliepen omdat ze geen geld meer hadden. Een flinke toevoeging van zijn verzameling sterke verhalen. Ook dit zal hij wel overleven! En ik ook.
Die avond kruipt Doddie tegen me aan op de bank, nadat ze uren bij de voordeur heeft liggen wachten. Ze zucht diep.
Ik haal die week juist opgelucht adem. Ook al mis ik Bob heel erg, ik ben blij dat hij er even niet is. Even verlost van de zorgen, van de energie die hij me kost, de aandacht die hij opeist. Tijd voor Jens, tijd voor mezelf, nu er overdag niemand thuis is die mijn zorg nodig heeft. De eerste avond eet ik pizza voor de TV met Jens samen, iets dat we zelden doen. Ik maak een extra lange wandeling met Doddie over het strand, die uitgelaten langs de vloedlijn rent. De wind waait mijn hoofd leeg, in mijn hand ligt de warme hand van Alex, mijn nieuwe lief. De zon voelt aangenaam en beloftevol.
REAGEER OP DEZE BLOG