Erik en Frank komen bij me langs. Frank wil met ons allebei brainstormen over zijn toekomst, nu hij de havo voor de tweede keer heeft verlaten. Tot mijn verbazing merk ik dat Erik en hij hier al veel gesprekken over hebben gehad, en Frank komt dan ook met een plan dat ik van harte toejuich. Hij wil vrachtwagenchauffeur worden. In een flits zie ik hem weer als driejarig peutertje glunderen achter het enorme stuur als hij een keer in de cabine van een grote vrachtauto mag zitten. Ik vertel waar ik aan moet denken, en Frank kan het zich vaag herinneren. ‘Wat een goed idee’, zeg ik oprecht. ‘Hoe ga je dat aanpakken?’ Hij wil werk zoeken, het maakt hem weinig uit wat. Hij heeft al opgezocht hoeveel het kost om een groot rijbewijs te halen, en als hij dat bij elkaar gespaard heeft, wil hij ervoor gaan.
Ik zie aan hem dat hij blij is dat hij een doel heeft. ‘Dit voelt veel beter dan alles wat ik de laatste jaren heb besloten,’ zegt hij. ‘Ik wilde eigenlijk helemaal niet terug naar de havo, maar ik had toen weinig andere keuze.’ Ik zie het aan hem, de opluchting is te lezen in zijn ogen. Hij worstelt al jaren met zijn toekomstbeeld, had geen enkele richting en geen enkel beroep waarbij hij dacht: dat wil ik wel proberen. Apathisch werd hij ervan, ongemotiveerd en inactief. Niet zo gek dat hij geen klap uitvoerde op de Vavo, waardoor hij geen enkel vak voldoende afsloot.
Ik ben bijzonder blij dat Erik en hij inmiddels zo goed met elkaar overweg kunnen dat ze hier goede gesprekken over kunnen voeren. En helemaal blij dat Frank tot een haalbaar plan is gekomen. Ik geef hem een high five, en vertel hem dat ik het super van hem vind.
Bij het afscheid zie ik ineens iets flonkeren aan Eriks hand. ‘Hé,’ zeg ik verrast. Erik lacht wat schaapachtig. Frank ligt dubbel, en vertelt dat hij het telefoontje aannam van de juwelier. ‘Ik wist niet wat ik hoorde,’ zegt hij. ‘Meneer De Groot, uw trouwringen liggen klaar.’ ‘Het zijn maar vriendschapsringen hoor,’ grijnst Erik. Ik grijns mee. ‘Leuk voor je!’ En ik meen het nog ook.
Erik mailt me een paar dagen later: ‘Het is nu ècht rond. De vergunning van de gemeente, de hypotheek. Je krijgt deze week het geld op je rekening’. Te gek! Diezelfde avond snuffel ik wat rond op Funda. Ik weet ongeveer wat ik kan lenen met mijn inkomen, en ook al is dat niet veel, het moet te doen zijn. Ik vind een paar woningen die betaalbaar zijn, maar waar ook nog wat aan geklust moet worden. Instapklare woningen zijn net weer te duur, of ze zijn net te klein. Ik doe wat rekenwerk. Het zal nét gaan als ik mijn reserves erbij optel, maar wat zou het fijn zijn als ik er wat inkomsten bij kon krijgen…
Ik mail mijn zus, die in dezelfde stad woont waar ik naartoe wil verhuizen, met de vraag of zij me kan helpen bij het vinden van een geschikte wijk. Ik wil naar haar stad verhuizen omdat het daar goedkoper is dan hier, omdat het centraler gelegen is in het land, en omdat ik de stad erg leuk en gezellig vind. Ze belt me gelijk enthousiast op: ‘Wat leuk dat je hier komt wonen! Ik zoek wel met je mee’. Fijn! Ik ben dan ook redelijk verbaasd als haar man me een paar minuten later ook belt. ‘Eline, moet je horen. We willen je heel graag helpen. We hebben nogal wat geld op de bank staan, en dat gaat nergens heen. Wat vind je ervan als we samen een huis kopen, en wij de helft investeren?’
Ik ben met stomheid geslagen, weet geen woord uit te brengen. Mijn zus en haar man hebben geen kinderen, houden niet van dure spullen of verre vakanties, ze zijn gelukkig en tevreden met wat ze hebben. En nu willen ze zomaar een huis met me kopen, in ruil voor een bescheiden huur. De tranen lopen over mijn wangen. Nu kan ik een huis betalen met voldoende ruimte voor iedereen, een huis dat geen maanden kluswerk nodig heeft, een huis dat ik kan betalen van mijn eigen inkomen. In één klap een heleboel zorgen van tafel. Ik stamel een antwoord, een dank je wel. Als ik de telefoon neerleg, begint het langzaam door te dringen. En als eerste bestel ik het grootste boeket bloemen voor mijn zus en zwager dat ik maar kan vinden.
Eline is in 2014 na een relatie van 25 jaar gescheiden. Ze heeft een eigen bedrijfje als tekstschrijver en redacteur. De twee jongste kinderen, Jens (17) en Bob (16), wonen na de scheiding bij haar. De oudste, Frank, (19) woont bij Erik, haar ex. Geen contact met vader geeft haar zoon Bob nu rust. Hoe ingewikkeld is dat?
REAGEER OP DEZE BLOG