Menu

Eline maakt zich veel zorgen om haar depressieve zoon

depressieve zoon

Jens is niet te genieten. Hij wordt om het minste of geringste kwaad, snauwt iedereen af en is nergens voor te porren. Als hij na een uitbarsting woest zijn kamer in stormt, loop ik daar een paar  minuten later binnen. Hij ligt op zijn buik op bed, kijkt me wel aan maar zegt niks.

Zorgen om depressieve broer

‘Ik ga pas weg als je zegt wat er aan de hand is,’ zeg ik, nadat hij geen antwoord geeft op de vraag wat er is. Een diepe zucht volgt. ‘Ik zit heel erg in mijn maag met Bob,’ klinkt het dan. ‘Ik kan er niet van slapen, ik heb nou al drie nachten niet geslapen. Ik ben zo bang dat hij het toch een keer gaat doen.’ Ik ga op de rand van het bed zitten en leg een hand op zijn rug. Ik zeg dingen die hij allang weet, maar toch klinken ze troostend. We kunnen niet in de toekomst kijken, maar Jens ziet net als ik dat Bob erg zijn best doet. ‘Hij staat weer open voor hulp, hou je daaraan vast.’ Jens knikt. ‘Weet ik wel, maar toch ben ik bang.’ En dat gevoel zal moeten slijten, daar kan ook ik niets aan veranderen. ‘Ik weet precies wat je bedoelt, want ik voel het net zo,’ zeg ik. ‘Het enige dat we kunnen doen is doorgaan met ademhalen.’

Het is waar, Bob doet heel erg zijn best. Hij dwingt zichzelf te eten, naar buiten te gaan, ook al kost het hem bakken vol energie. Hij krijgt er ook af en toe een goed gevoel voor terug.

Tijd voor mezelf

Diezelfde week heb ik een gesprek met mijn eigen psycholoog. Zij geeft me het advies meer tijd voor mezelf vrij te maken. Ik weet dat dat moet, want mijn emmertje raakt steeds verder leeg, maar ik vind het moeilijk… ‘Neem een dagdeel per week voor jezelf,’ adviseert ze. ‘Ga iets fysieks doen wat je leuk vindt, het liefst buiten’. En dus loop ik een paar dagen later in mijn wandelkloffie over de boulevard bij het strand. Het is een echte aprildag, zon, regen, zon, hagel, zon.  Ik loop met mijn handen in de zakken van mijn jas tegen de wind in, gooi alle energie eruit. Het stevigste tempo dat ik maar vol kan houden. Na anderhalf uur plof ik neer in een strandtent, en bestel een kop thee. Ik blader wat in een tijdschrift, bekijk de foto’s die ik onderweg heb gemaakt. Wandelen en fotograferen, dingen die ik vroeger erg leuk vond. Ik beleef er nu niet al te veel plezier aan.

Ik kijk door het raam naar buiten naar het zonlicht dat op de golfjes danst. Gouden vonkjes in een oneindig variërend patroon. Ik doe even niets, ik lees niets, ik loop niet, ik beweeg niet. En onmiddellijk voel ik de paniek over me heen spoelen. Ik wil de tranen wegduwen, maar weet niet of dat nou de bedoeling is of niet. Uiteindelijk wrijf ik wat in mijn ogen tot ze verdwijnen.

Op de terugweg doe ik het wat rustiger aan, maar ontspannen lukt me voor geen meter. Maar ik beweeg, en dat verdringt de gedachten die me anders opslokken. Ik ben blij dat ik buiten ben geweest, dat ik een paar uur aan mezelf heb besteed. Goed hè, dokter? Mag ik nou weer naar huis? Net of ik mijn huiswerk heb ingeleverd.

Paniekaanval

Thuis is de sfeer gespannen, ik voel het bij binnenkomst. Bob had slecht geslapen, en dat betekent een prikkelbaar kind. Ook toen hij klein was, was hij bijzonder gevoelig voor stemmingen en sferen, meer dan gemiddeld. Nu wordt dat enorm versterkt, en ik zie en voel dat hij erdoorheen zit. Ik ben moe van het wandelen, en reageer iets te heftig op iets dat Jens heeft nagelaten te doen. Het komt bij Bob genadeloos binnen.  Hij vlucht naar zijn kamer, en als ik hem daar opzoek ligt hij naar adem happend op zijn bank. Een paniekaanval die er niet om liegt.

Ik ga naast hem zitten, praat rustig met hem, doe ademhalingsoefeningen met hem zodat hij niet meer hyperventileert. Hij praat met horten en stoten over wat hem dwars zit. ‘Het is niet meer zo dat ik dood wil, hoor’, zegt hij. ‘Maar alles komt zo op me af.’ Ik blijf bij hem tot het wat beter gaat, en we gaan samen even op het balkon zitten. De frisse lucht doet hem goed. We wandelen daarna nog even met Doddie buiten, tot de paniek helemaal weg is.

‘Ik baal hier zo van’, zegt hij. ‘Sorry dat ik zo’n probleemkind ben. Ik wil jou dit helemaal niet aandoen’. ‘Ja zeg,’ antwoord ik,’ daar ben ik voor, hoor. En het is voor jou nog altijd veel erger dan voor mij’. ‘Nee, het is voor JOU veel erger,’ zegt hij hardnekkig.

Na een poosje is hij weer gekalmeerd. Hij vertrekt naar zijn kamer, gaat op zijn bed liggen uitrusten. En ik… blijf achter met een huilbui die maar niet wil komen.

Eline is in 2014 na een relatie van 25 jaar gescheiden. Ze heeft een eigen bedrijfje als tekstschrijver en redacteur. De twee jongste kinderen, Jens (17) en Bob (16), wonen na de scheiding bij haar. De oudste, Frank, (19) woont bij Erik, haar ex. Zij blogt ook over haar depressieve zoon Bob.

REAGEER OP DEZE BLOG

Laat ook van je horen!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


drie + = 8

Vlog

Rijd jij ook nog wel eens langs het huis van je ex? Loslaten van je boosheid na je scheiding is een hele kunst, heeft ook Roos zelf eLees verder > loslaten na je scheiding
Hoi, ik ben Annelies Hulsker en ik nodig je uit om lid te worden van onze Community om in contact te komen met andere ervarensdeskundigen.
Hoi, ik ben Elske Damen, wij willen je helpen om de periode tijdens en na je scheiding net wat makkelijker te maken, ik wens je veel plezier op deze site.